Veilig

Brandveiligheid in het mkb: wat de wet vraagt en hoe je het regelt

Brandveiligheid staat bij veel ondernemers laag op de lijst, tot er iets gebeurt of de verzekeraar vragen stelt. Toch is het voor elk bedrijf verplicht, van een kantoor met vijf medewerkers tot een productiehal. De regels zijn niet ingewikkeld, maar je moet ze wel kennen en bijhouden.

Welke regels gelden

De eisen voor brandveiligheid van gebouwen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit. Daarin staan onder meer regels voor vluchtwegen, rookmelders, brandmeldinstallaties en blusmiddelen. Hoe streng die eisen zijn, hangt af van het gebruik van het gebouw. Waar mensen slapen, zoals in een hotel, gelden zwaardere regels dan in een kantoor. Gebouwen hoger dan twintig meter moeten droge blusleidingen hebben.

Daarnaast verplicht de Arbowet werkgevers om te zorgen voor een veilige werkplek. Dat betekent ook: weten welke brandrisico’s er zijn en maatregelen nemen om ze te beperken.

Een praktische checklist

Begin met een ronde door je pand. Zijn vluchtroutes vrij en goed aangegeven? Werkt de noodverlichting? Hangen er blusmiddelen die passen bij de risico’s, bijvoorbeeld een CO2-blusser bij elektrische apparatuur? Weten medewerkers wat ze moeten doen bij brand, en wie de bedrijfshulpverlener is?

Op de kennisbankpagina over brandpreventie bij bedrijven van Royal Safety staat een overzicht van de wettelijke eisen en een checklist om je pand langs te lopen.

Controle en onderhoud

Brandveiligheid is geen eenmalige klus. Blusmiddelen, rookmelders en installaties moeten regelmatig gecontroleerd worden. Draagbare brandblussers worden volgens de norm NEN 2559 minimaal eens per twee jaar gekeurd; sommige verzekeraars eisen dat jaarlijks. Brandslanghaspels worden jaarlijks gecontroleerd en eens in de vijf jaar uitgebreid getest.

Wie dat niet zelf wil bijhouden, sluit een onderhoudscontract voor brandblussers af. De leverancier plant dan de keuringen in, vervangt wat nodig is en levert het certificaat dat verzekeraar en overheid vragen.

Laat een deskundige meekijken

Vergeet ook de mensen niet. Regel een bedrijfshulpverlener (bhv’er) die weet hoe hij moet handelen, en oefen minstens eens per jaar een ontruiming. Een brandblusser aan de muur heeft weinig zin als niemand hem durft te gebruiken. Een korte instructie tijdens het werkoverleg maakt al veel verschil.

Een externe inspectie brengt vaak dingen aan het licht die je zelf over het hoofd ziet: een blusser die achter een kast verdwenen is, een nooduitgang die als opslag dient. Bij gebreken krijg je een advies om het pand alsnog brandveilig in te richten. Dat voorkomt problemen bij een controle van de gemeente of de brandweer, en vooral: het beschermt je medewerkers.